Welke tools je echt nodig hebt
Vijf dingen vormen de basis: een shaker om te mixen en te koelen, een jigger om af te meten, een barlepel om te roeren, een zeef om het ijs tegen te houden en een muddler om munt en limoen te kneuzen. Wil je niet los kiezen, dan zit die basis bij elkaar in een cocktailset.
Bij de shaker kies je tussen twee systemen. Een Boston shaker bestaat uit twee delen, een grote tin met een kleinere tin of een glas, en heeft een losse zeef nodig. Hij werkt sneller, lekt minder en is makkelijker schoon te maken, maar je moet leren hoe je de twee helften weer los krijgt. Een cobbler heeft drie delen met ingebouwde zeef en dopje, wat prettig werkt als je thuis af en toe iets maakt.
Bij de jigger let je op de maatvoering. De Europese standaard meet 2 en 4 cl, terwijl Amerikaanse jiggers op 3 en 4,5 cl staan. Recepten uit Amerikaanse boeken rekenen in ounces, dus kijk welke maten er aan de binnenkant staan voordat je een recept letterlijk volgt. Een jigger met streepjes binnenin is veelzijdiger dan een gladde beker.
De barlepel kies je op lengte. Een steel van 33 cm reikt tot de bodem van een mengglas van 55 cl; met een lepel van 25 cm roer je alleen de bovenste helft koud.