Zo schenk je
een bier in
Spoel het glas om met koud water en schud het niet droog. Vet en zeepresten breken schuim af, en een nat, koel glas laat de kraag beter hechten dan een glas dat net uit de kast komt. Afdrogen met een theedoek doe je juist niet, want daar blijven vezels en vet achter.
Houd het glas schuin, ongeveer vijfenveertig graden, en schenk het bier tegen de binnenwand net boven het midden. Zo komt er in het begin weinig lucht bij en loopt het glas rustig vol. Giet in één beweging door, stoppen en opnieuw beginnen geeft een grovere kraag.
Zet het glas rechtop zodra het ongeveer tweederde vol is en schenk de rest midden in het bier. Dat laatste stuk bouwt de schuimkraag op. Bij een stijl met veel koolzuur, zoals weizen of tripel, wacht je even tot het schuim zakt en vul je daarna bij.
Strijk de kraag met een schuimspaan af als je een vlakke rand wilt, of laat hem staan zoals hij komt. Neem de buitenkant van het glas af, zodat je het droog oppakt, en zet het bier op de serveertemperatuur die bij de stijl hoort: 4 tot 6 graden voor pils, 10 tot 14 voor stout en quadrupel.
Wat vond je van deze uitleg?
Één klik op een ster is genoeg. Wil je er iets bij kwijt, dan lezen we dat eerst mee voordat het hier komt te staan.
Bewaar deze pagina
Stuur deze pagina naar je eigen mail, dan heb je de uitleg bij de hand op het moment dat je gaat schenken. Je krijgt er een kortingscode van € 5 vanaf € 50 bij, voor de glazen die erbij horen.
Het verhaal
Bier bestaat zolang mensen graan verbouwen, en de vier ingrediënten zijn in die tijd niet veranderd. Wat wel veranderde, is de controle. Zolang brouwers het moesten doen met gist die uit de lucht kwam, was elke ketel een gok. Dat gist in het ene geval bovenop blijft en in het andere naar de bodem zakt, werd pas in de negentiende eeuw begrepen en bestuurbaar. Vanaf dat moment kon een brouwer een heldere, goudblonde pils maken die elke keer hetzelfde was. De oude manier is niet verdwenen: in de Zennevallei bij Brussel doen wilde gisten nog steeds het werk, en dat levert lambiek en geuze op.
Het juiste glas
Het glas is bij bier geen bijzaak, want vorm en maat bepalen hoe de schuimkraag staat en hoeveel aroma je ruikt. Een getailleerd model dat naar boven iets naar binnen loopt, zoals de Willi Becher, houdt de kraag vast en werkt voor pils en speciaalbier. Een tulp op voet geeft aroma en schuim meer ruimte en past bij blond, tripel en abdijbier. Een hoog, slank weizenglas staat wel in ons assortiment maar is op dit moment niet leverbaar; daarom staan hier deze twee. Alle modellen en maten staan bij de speciaalbier glazen en de bierpullen.
Arcoroc Willi Becher Bierglas 33 cl (12 stuks)
Schott Zwiesel Beer Basic Classico Biertulp 30 cl met Maatstreep (4 stuks)
Beide sets samen € 54,90.
Het juiste gereedschap
Voor een bier gebruik je naast het glas weinig: een barlepel om een biercocktail voorzichtig door te roeren en een citruspers voor de limoen die in een michelada gaat. Dit zijn de bar tools die wij zelf gebruiken; alles vind je in onze bar tools & cocktailsets.
Glazenset (onze keuze 01) + 2 bar tools samen € 47,85.
Welke sterke drank past hierbij?
Het bier zelf heeft hier de hoofdrol; sterke drank is alleen wat je ernaast zet. De bekendste combinatie is bier met jenever, en in de borrelhoek staan ook vieux en whisky. Op elke drankpagina lees je het percentage, hoe het smaakt, welke cocktails erbij passen en welk glas je nodig hebt.
Variaties & twists
Ondergistend bier gist bij lage temperatuur met gist die naar de bodem zakt: pils en bock horen daarbij, en die blijven schoon en strak van smaak. Bovengistend bier gist warmer met gist die bovenop komt drijven, en dat geeft meer fruit en kruidigheid: tripel, witbier en stout vallen in die groep. Spontane gisting is de derde weg, zonder toegevoegde gist: lambiek en geuze krijgen hun zuurheid van wilde gisten en bacteriën, en geuze is een versnijding van jonge en oude lambiek. Meer lezen? Bekijk alle dranken en merken.
Serveertip
Houd de serveertemperatuur per stijl aan: pils 4 tot 6 graden, witbier en weizen 5 tot 7, tripel en abdijbier 8 tot 12, stout en quadrupel 10 tot 14. Te koud bier geeft nauwelijks aroma, te warm bier laat de kraag snel inzakken. Zet een zware stijl dus niet in de vriezer en haal hem een kwartier voor het schenken uit de koelkast.
Goed om te weten
Wat de vier ingrediënten doen
Water is het grootste deel van het bier en de hardheid ervan werkt door in de smaak. Mout is gerst die is laten ontkiemen en daarna gedroogd of geroosterd; dat levert de zetmelen die tot vergistbare suikers worden afgebroken, en de kleur en de brood- tot karamel- en koffietonen. Hop geeft bitterheid en aroma en houdt het bier langer stabiel. Gist zet de suikers om in alcohol en koolzuur en maakt daarbij de smaakstoffen die een stijl zijn karakter geven.
Ondergistend, bovengistend en spontaan
Ondergistende gist werkt bij ongeveer 8 tot 14 graden en zakt na het vergisten naar de bodem. Dat geeft het schone, strakke profiel van pils en bock. Bovengistende gist werkt bij ongeveer 15 tot 24 graden en drijft bovenop; die maakt meer esters en kruidige tonen, en zo ontstaan tripel, witbier en stout. Bij spontane gisting voegt de brouwer geen gist toe maar laat het wort afkoelen in open kuipen, waar gisten en bacteriën uit de omgeving het werk doen. Zo ontstaan lambiek en geuze.
De stijlen op een rij
Pils is ondergistend, helder goudblond en ruwweg 4,5 tot 5,5 procent, serveren bij 4 tot 6 graden. Witbier is bovengistend met tarwe, troebel, ongeveer 4,5 tot 5,5 procent, bij 5 tot 7 graden. Weizen zit in hetzelfde bereik en gaat ook bij 5 tot 7 graden. Bock is ondergistend en donker, ruwweg 6,5 tot 7,5 procent. Tripel is bovengistend en blond, ongeveer 8 tot 9,5 procent, bij 8 tot 12 graden. Stout is donker en droog, ruwweg 4 tot 8 procent, bij 10 tot 14 graden. Quadrupel is het zwaarst, ongeveer 10 tot 12 procent, ook bij 10 tot 14 graden. Lambiek en geuze zitten rond de 5 procent en zijn zuur in plaats van zoet.
Waarom de schuimkraag erbij hoort
De kraag bestaat uit eiwitten uit de mout en stoffen uit de hop die zich aan de belletjes binden. Hij houdt het aroma boven het bier vast in plaats van het de kamer in te laten lopen, en hij vormt een laag tussen bier en lucht, zodat de smaak langzamer verloopt. Een kraag die blijft staan is daarnaast een teken dat het glas schoon is: op vet en zeepresten valt het schuim meteen in.
Welk glas bij welke stijl
Pils gaat in een smal, recht glas of een getailleerd model, in Nederland in een fluitje of een vaasje. Tripel, trappist en abdijbier staan het best in een tulp of een kelk op voet, want die bundelt het aroma en geeft het schuim ruimte. Weizen hoort in een hoog, slank glas van een halve liter dat naar boven uitloopt. Stout en porter gaan in een nonic, een recht glas met een verdikking onder de rand. Quadrupel en andere zware stijlen komen in een bol glas, zodat de hoeveelheid klein blijft en het aroma zich verzamelt.
Hoe je bier bewaart
Bewaar flessen rechtop en donker. Rechtop houdt een eventueel gistdepot op de bodem en laat de kroonkurk met zo weinig mogelijk bier in aanraking komen; donker voorkomt dat licht op de hopstoffen inwerkt, wat de smaak verandert. Een koele, gelijkmatige plek is beter dan een plek die warm en koud wisselt. Lichte stijlen zoals pils en witbier drink je het liefst vers, zware stijlen zoals quadrupel kunnen jaren liggen.
Veelgestelde vragen
Waarvan wordt bier gemaakt?
Van water, mout, hop en gist. Mout is graan, meestal gerst, dat is laten ontkiemen en daarna gedroogd of geroosterd. Hop geeft bitterheid en aroma, gist zet de suikers uit de mout om in alcohol en koolzuur. Bij witbier en weizen gaat er naast gerstemout ook tarwe in.
Wat is het verschil tussen ondergistend en bovengistend bier?
Het verschil zit in de gist en de temperatuur. Ondergistende gist werkt koel, rond 8 tot 14 graden, en zakt daarna naar de bodem; dat geeft het schone profiel van pils en bock. Bovengistende gist werkt warmer, rond 15 tot 24 graden, en drijft bovenop; die maakt meer fruit- en kruidtonen, zoals bij tripel, witbier en stout.
Bij welke temperatuur schenk je bier?
Per stijl anders. Pils bij 4 tot 6 graden, witbier en weizen bij 5 tot 7, tripel en abdijbier bij 8 tot 12, stout en quadrupel bij 10 tot 14 graden. Hoe zwaarder en donkerder de stijl, hoe minder koud je hem schenkt, omdat kou het aroma afdekt.
Hoeveel alcohol zit er in bier?
Dat verschilt sterk per stijl. Pils, witbier en weizen zitten ruwweg tussen 4,5 en 5,5 procent, bock rond 6,5 tot 7,5 procent, tripel ongeveer 8 tot 9,5 procent en quadrupel 10 tot 12 procent. Stout loopt van ongeveer 4 tot 8 procent. Het percentage staat altijd op het etiket.
Ook lekker
Alles voor je bar,
op één adres
Glazen in horecakwaliteit, per set geleverd. Vandaag besteld, snel in huis.
Shop de glazen →



















